Gesloten behandeling
De Koppeling is een besloten behandelcentrum voor 64 jongens en meisjes van 12 tot 18 jaar. Voor plaatsing in de Koppeling is een indicatiebesluit 'verblijf' van Bureau Jeugdzorg vereist en een daartoe strekkende machtiging gesloten jeugdzorg van de kinderrechter.
Deze machtiging wordt slechts verleend indien ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen van de jongere aanleiding zijn en als de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de jongere zich aan de zorg die hij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken. De jongeren hebben veelal een combinatie van ernstige gedragsproblemen en zijn vastgelopen op meerdere leefgebieden zoals school, thuis en het sociaal netwerk. Daarom richt de behandeling zich zowel op de jongere, als op de familie, het netwerk van de jongeren en hun school- of arbeidsperspectief.
Missie en doelstelling
We bieden geïntegreerde zorg en behandeling vanuit verschillende sectoren, voor jongeren en gezinnen in de stadsregio Amsterdam. Doelstelling van de Koppeling is het beter laten functioneren van de jongere in de samenleving. Jongeren krijgen in eerste instantie dezelfde hulp en waar nodig therapie op maat en een individueel behandelplan. De Koppeling biedt gefaseerde behandeling; na een korte gesloten fase wordt gewerkt van besloten naar steeds meer een open behandeling en uiteindelijk wordt nazorg gegeven vanuit de Koppeling in de vorm van Functional Family Therapy (FFT).
Organisatie
Het behandelcentrum bestaat uit acht afdelingen van ieder acht jongeren. Zes van deze afdelingen zijn jeugdzorgafdelingen via jeugdzorgorganisatie Spirit, waarvan drie voor meisjes en drie voor jongens. Daarnaast verzorgt de Bascule twee behandelafdelingen kinder- en jeugdpsychiatrie (ggz). Op iedere afdeling zijn per dienst steeds twee of drie groepsleiders/sociotherapeuten aanwezig. Bij de jeugdzorgafdelingen zijn een gedragswetenschapper en een afdelingsmanager verantwoordelijk voor de afdeling. Op de ggz-afdeling dragen een kinder- en jeugdpsychiater en een teamcoördinator deze verantwoordelijkheid.
De behandeling
Gefaseerde behandeling
De behandeling start met een gezamenlijke bijeenkomst met de jongere, zijn gezin en andere belangrijke betrokkenen, met als doel een gezamenlijk plan voor de behandeling. In alle fasen is het gezin betrokken bij de behandeling. De behandeling is als volgt opgebouwd:
Fase 1 De jongere verblijft in een gesloten groep om te wennen en rust en regelmaat te krijgen. Ook wordt deze fase gebruikt om uit te zoeken welke vaardigheden de jongere al heeft en welke hij nog moet leren.
Fase 2 De jongere werkt aan zijn eigen doelen.
Fase 3 Er wordt gewerkt aan de toekomst en de jongere onderneemt weer meer activiteiten buiten de Koppeling.
Fase 4 De jongere werkt aan zelfstandigheid en kan werken of een opleiding volgen buiten de Koppeling.
Fase 5 Na vertrek uit de Koppeling worden de jongere en zijn gezin nog enige tijd begeleid.
Methodiek
In het behandelcentrum werken we met het Sociale Competentiemodel. Deze competentiegerichte hulpverlening richt zich op het versterken van (potentiële) vaardigheden van de jeugdige zelf en/of zijn directe omgeving. Competentie kan gezien worden als een evenwichtstoestand tussen taken en vaardigheden. Een jongere is competent wanneer hij over voldoende vaardigheden beschikt om de taken waarmee hij in het dagelijkse leven geconfronteerd wordt, op adequate wijze te vervullen. Het leefklimaat in de groepen is strak gestructureerd. Privileges en verantwoordelijkheden kunnen door de jongeren 'verdiend' worden. De aanpak is consequent, directief en motiverend. Over het algemeen is een jongere gedurende de eerste fase van de behandeling in het gebouw van de Koppeling en mag niet naar buiten. In de volgende fases kan afgesproken worden dat de jongere steeds meer buiten gaat oefenen. Zo zal de behandeling worden opgebouwd.
Gezin
Een rode lijn in de behandeling is het netwerk van de jongere. Door middel van functionele gezinstherapie (FFT) werken we nauw samen met het gezin. In de laatste fasen van de Koppeling wordt de FFT gestart. De FFT-therapeut blijft dan ook nog in het gezin als de jongere de Koppeling al heeft verlaten. Dus na gemiddeld negen maanden verblijf in de Koppeling biedt de Koppeling nazorg in de thuissituatie. Daar waar FFT niet mogelijk is, gaat de Koppeling op zoek naar een andere nazorgmodule.
Onderwijs
Aangemelde jongeren bij de Koppeling worden altijd als leerling in het Altra College geplaatst, die het onderwijs verzorgt aan de jongeren. Altra College is een onderdeel van Altra. Het bestaat uit praktijkgericht en theoretisch onderwijs, afgestemd op het individuele niveau van de jongere. De jongeren kunnen op het Altra College deelcertificaten behalen op VMBO-T niveau of IVIO-certificaten. Met een uitgebreide test wordt vastgesteld in welke richting ze het beste onderwijs kunnen volgen en welke zorg ze daarbij nodig hebben. Jongeren die aan het werk willen, worden geholpen bij het vinden van een stage. Het Altra College heeft een uitgebreid netwerk van stageplekken en gespecialiseerde stagedocenten in dienst die de jongeren bij hun stage intensief begeleiden.
Training en therapie
Op de afdelingen worden verschillende trainingen gegeven, zoals agressieregulatietraining, sociale vaardigheidstraining, vrijetijdsmodules en praktische vaardigheden. Bij de Koppeling worden ook verschillende therapieën aangeboden zoals creatieve/beeldende therapie, muziektherapie en cognitieve gedragstherapie.
Vrije tijd
Veel jongeren hebben problemen met het invullen van hun vrije tijd. Het vinden van een zinvolle en passende vrijetijdsbesteding is dan ook een belangrijk onderdeel van de behandeling. Er zijn speciale vrijetijdsmodules, waarin een jongere kan leren hoe hij of zij op een adequate manier vrije tijd kan invullen en benutten. Binnen de Koppeling is er een activiteitenbegeleider en een sportleraar.
Kosten voor ouders
Tijdens het verblijf in de Koppeling wordt van ouders verwacht dat zij de kleding, het zakgeld en kleedgeld regelen voor de jongere. In de eerste fase kan de jongere zelf nog niet naar buiten en zullen de ouders kleding moeten brengen, maar daarna kunnen de ouders met de mentor afspraken maken over het kopen van kleding en verzorgingsproducten. Indien een jongere toe is aan buitenactiviteiten wordt van de ouders verwacht dat zij de kosten voor hobby's en reisgeld betalen.